Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding met producties van 19 februari 2020;
- de conclusie van antwoord met een productie;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
De procedure betreft een vordering van Stichting Waterweg Wonen tot ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens een huurachterstand. Waterweg vordert tevens betaling van de achterstand, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en ontruiming van het gehuurde.
[gedaagde] erkent de huurachterstand, die is opgelopen tot € 3.948,96, en voert persoonlijke omstandigheden aan zoals werkverlies, detentie en bankrekeningblokkering als oorzaak. Hij verzoekt om een termijn van drie maanden (terme de grâce) om de achterstand in te lopen, hetgeen wordt afgewezen wegens het ontbreken van concreet zicht op betaling binnen de toegestane termijn van één maand.
De kantonrechter oordeelt dat de langdurige huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De persoonlijke omstandigheden ontslaan [gedaagde] niet van zijn betalingsverplichtingen. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de achterstand, ontruiming binnen veertien dagen, en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand met rente en incassokosten.