ECLI:NL:RBROT:2020:5638

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2020
Publicatiedatum
29 juni 2020
Zaaknummer
C/10/598649 / FA RK 20-4399
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgArt. 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens ontbreken causaal verband en disproportionaliteit

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt verblijft in Het Spectrum, locatie Sterrenlanden te Dordrecht. De mondelinge behandeling vond plaats via beeldbellen vanwege COVID-19.

De rechtbank twijfelt niet aan de diagnose van de cliënt, maar stelt vast dat het gestelde gevaar en de problemen in de thuissituatie worden veroorzaakt door langdurige relatieproblemen tussen cliënt en zijn echtgenoot, en niet door de stoornis zelf. De rechtbank oordeelt dat een gedwongen opname geen proportionele en subsidiaire maatregel is, omdat cliënt nog zelfstandig kan wonen en voor zichzelf kan zorgen.

De strijd tussen cliënt en echtgenote richt zich op wie in de echtelijke woning mag blijven wonen, een kwestie die thuishoort bij de familierechter in het kader van een echtscheiding. De Wzd is niet bedoeld voor dit soort problemen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband en disproportionaliteit.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/598649 / FA RK 20-4399
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt],
hierna: cliënt,
wonende [adres cliënt], [woonplaats cliënt],
thans verblijvende in Het Spectrum, locatie Sterrenlanden te Dordrecht,
advocaat mr. M. Mook te Dordrecht.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 19 juni 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de beschikking van de burgemeester van 18 juni 2020;
 de verklaring van [naam arts], arts, van 18 juni 2020;
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 20 juni 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen via beeldbellen gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;
 [naam dochter], dochter van betrokkene;
 [naam zoon], zoon van betrokkene;
 [naam specialist], specialist ouderengeneeskunde, verbonden aan Het Spectrum.

2..Beoordeling

De rechtbank twijfelt niet aan de diagnose, maar is van oordeel dat niet duidelijk is geworden dat het gestelde nadeel wordt veroorzaakt door de stoornis. Alle aanwezigen zijn het erover eens dat de ruzies en het eventuele geweld in de thuissituatie worden veroorzaakt door al jarenlange relatieproblemen tussen cliënt en zijn echtgenoot. De rechtbank is van oordeel dat een gedwongen opname van cliënt geen proportionele en subsidiaire maatregel is voor dit probleem. Het kan wel zijn dat een dementie bij cliënt deze relatieproblemen hebben verergerd, maar er zijn geen aanwijzingen dat cliënt niet voor zichzelf zou kunnen zorgen en dus niet zelfstandig zou kunnen wonen. Een gedwongen opname is voor betrokkene zelf niet nodig. Momenteel lijkt de strijd tussen cliënt en zijn echtgenote zich te focussen op de vraag wie in de echtelijke woning mag blijven wonen. Over dat punt kan aan de familierechter een voorlopige voorziening in het kader van een echtscheiding worden verzocht. Voor dit probleem is de Wzd niet bedoeld. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 24 juni 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 25 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.