ECLI:NL:RBROT:2020:5578

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
C/10/597834 / FA RK 20-4014
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz

De officier van justitie verzocht op 8 juni 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 5 juni 2020 was opgelegd aan betrokkene, die op dat moment was opgenomen met een floride psychotisch toestandsbeeld. Bij het verzoek waren medische verklaringen, politie- en justitiële gegevens gevoegd.

De mondelinge behandeling vond plaats op 9 juni 2020, telefonisch vanwege COVID-19 maatregelen. Betrokkene en zijn advocaat, alsmede een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig omdat nadere toelichting niet nodig werd geacht.

De rechtbank oordeelde dat het niet duidelijk was of betrokkene een waanstoornis had of dat zijn gedachten cultuurgebonden waren. Betrokkene vertoonde een rustige en vriendelijke houding en gaf een sluitend verhaal over zijn problemen. Er was geen sprake van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel.

Gelet op deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af. Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beschikking werd mondeling gegeven op 9 juni 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 16 juni 2020.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/597834 / FA RK 20-4014
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. R.A.F. Jansen te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 5 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 5 juni 2020;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 5 juni 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
 [naam spv-er] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan Parnassia Groep.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Betrokkene in de voorliggende zaak is opgenomen in de accommodatie met een floride psychotisch toestandsbeeld. Het is op dit moment niet duidelijk of er sprake is van een waanstoornis of dat de gedachten van betrokkene cultuur bepaald zijn. Betrokkene is op de afdeling rustig en vriendelijk en verteld een sluitend verhaal over de problemen die zich hebben voorgedaan. Op dit moment is er geen sprake van onmiddellijk ernstig dreigend nadeel.
2.2.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 9 juni 2020 mondeling gegeven door mr. F.J. Koningsveld, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 16 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.