ECLI:NL:RBROT:2020:5520
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning wegens niet-biologische vaderschap ondanks overschrijding termijn
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht de erkenning door de man te vernietigen omdat hij niet haar biologische vader is. De erkenning dateert van 18 januari 2002. Hoewel het verzoek tot vernietiging buiten de wettelijke termijn van drie jaar na meerderjarigheid is ingediend, oordeelt de rechtbank dat het belang van de biologische en maatschappelijke werkelijkheid zwaarder weegt dan de strikte termijnhandhaving.
De man heeft zich niet verzet tegen het verzoek. De rechtbank stelt vast dat verzoekster al tijdens haar minderjarigheid op de hoogte was van het niet-biologische vaderschap, waardoor de termijn van artikel 1:205 lid 4 BW Pro van toepassing is. Toch leidt toepassing van deze termijn in deze zaak tot een ongerechtvaardigde inmenging in het familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank vernietigt daarom de erkenning met terugwerkende kracht, waardoor verzoekster alleen in familierechtelijke betrekking tot haar moeder staat en haar geslachtsnaam die van haar moeder wordt. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: De erkenning wordt vernietigd ondanks termijnoverschrijding vanwege bescherming familie- en gezinsleven.