ECLI:NL:RBROT:2020:5516
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging op grond van Wvggz voor betrokkene met schizofrenie
De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Betrokkene vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang, mede doordat zij gestopt is met medicatie en moeilijk bereikbaar is voor ambulante zorg.
De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene geen ziektebesef heeft en de behandeling afwijst. Op basis van medische verklaringen, een zorgplan en een verklaring van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige werd geconcludeerd dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht en opname in een accommodatie voor respectievelijk zes en drie maanden. Het verzoek tot toediening van vocht en voeding werd afgewezen wegens onvoldoende motivatie. De rechtbank achtte de voorgestelde maatregelen evenredig en effectief en wees op de mogelijkheid tot verlenging indien nodig.
De beschikking werd mondeling gegeven door rechter A.C. Hendriks en schriftelijk uitgewerkt op 19 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.