Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
3.De vorderingen in conventie en in reconventie
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
- De woning behoorden in gezamenlijk eigendom aan partijen toe.
- De vrouw heeft in de periode van 15 november 2016 tot de levering in de woning gewoond zonder de man.
- De woning is verkocht en geleverd op 16 januari 2018 (prod. 3, 4 en 5 dagvaarding).
- De overwaarde van de woning (€ 14.190,39) staat in depot bij een notaris (prod. 6 dagvaarding).
- Partijen zijn in rechte aangesproken door de kopers om € 7.289,04 te betalen wegens non-conformiteit.
- In dit vonnis is al bepaald dat Nederlands recht van toepassing is op de verdeling en dat peildatum voor het bepalen voor de omvang van de gemeenschap 5 december 2016 is. Bij een afzonderlijke verklaringen voor recht heeft de man geen belang.
- Bepaling dat het vonnis in plaats van de medewerking van de vrouw komt: geen enkele vordering is gebaat bij een dergelijke ‘bepaling’. Bij toegewezen bedragen kan worden verrekend of ten uitvoer gelegd. Verder zijn er geen vorderingen die de medewerking van de vrouw vereisen.