ECLI:NL:RBROT:2020:5491

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juni 2020
Publicatiedatum
22 juni 2020
Zaaknummer
C/10/598371 / FA RK 20-4262
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens manische ontregeling

De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die zich in een manische ontregeling bevindt na een delirium en een recente opname op de intensive care.

Uit de medische verklaring en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig risico loopt op lichamelijk letsel door het niet innemen van medicatie en dat haar toestand gekenmerkt wordt door desorganisatie, achterdocht en agitatie. De rechtbank oordeelde dat de situatie zo ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en dat verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank wees de machtiging toe voor het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, maar wees toezicht af wegens onvoldoende motivatie. Ondanks dat betrokkene het belang van behandeling inziet, is er onvoldoende bereidheid tot vrijwillig verblijf. De machtiging geldt voor drie weken en is proportioneel en effectief geacht.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/598371 / FA RK 20-4262
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 17 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Albert Schweizer Ziekenhuis te Dordrecht,
advocaat mr. M. Mook te Dordrecht.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 15 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 15 juni 2020;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 15 juni 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat,
 [naam partner] , partner van betrokkene,
[naam arts] , arts, en [naam psychiater] , psychiater , beiden verbonden aan het Albert Schweizer Ziekenhuis.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene is recent voor langere tijd op de intensive care in het ziekenhuis opgenomen geweest vanwege levensbedreigende somatische problematiek. Na het doormaken van een delirium is een manische ontregeling opgetreden waardoor sprake is van desorganisatie, achterdocht, druk gedrag, uitputting vanwege slecht slapen, agitatie en oordeels- en kritiekstoornissen. Voortkomend uit de achterdocht heeft betrokkene moeite met het innemen van haar somatische en psychiatrische medicatie. Gezien de recente opname is haar lichamelijke conditie nog zeer kwetsbaar, waardoor het niet-innemen van de voorgeschreven medicatie levensgevaarlijk kan zijn. Betrokkene overziet de situatie niet door desorganisatie. Voor de echtgenoot van betrokkene bestaat er kans op psychische schade, daar de verzorging voor betrokkene te belastend voor hem is. Tijdens de mondelinge behandeling vertelt hij dat hij de zorg voor betrokkene niet aankan en dat het veiliger is als betrokkene opgenomen is. Gedurende de opname zal betrokkene worden ingesteld op medicatie, teneinde haar toestandsbeeld te stabiliseren.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manisch psychotische episode in het kader van een bipolaire stoornis.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het uitoefenen van toezicht op betrokkene, wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden.
2.5.
De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van onderhavige machtiging daar betrokkene zich niet verzet tegen het behandelplan. Betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling een aantal keren aan dat zij wel een aantal weken opgenomen wil blijven en dat zij het belang van behandeling inziet, hoewel ze liever thuis zou zijn. De behandelaren en de echtgenoot van betrokkene vertellen, onderbouwd met voorbeelden, echter dat betrokkene erg ambivalent is ten opzichte van de bereidheid tot vrijwillig verblijf. Het is in het belang van betrokkene dat zij goede behandeling krijgt om zodoende het toestandsbeeld zo spoedig mogelijk te stabiliseren waarna zij met ontslag zal kunnen. Gelet op de mate van ambivalentie is er onvoldoende sprake van de nodige bereidheid tot vrijwillig verblijf. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juli 2020;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 17 juni 2020 mondeling gegeven door mr. M.W.J. van Elsdingen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 19 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.