ECLI:NL:RBROT:2020:5464
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing rechterlijke machtiging tot voortzetting verblijf cliënt met verstandelijke handicap
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënt met een verstandelijke handicap en autisme spectrumstoornis in een geregistreerde accommodatie, conform artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
De rechtbank hield op 2 juni 2020 een mondelinge behandeling waarbij cliënt, zijn advocaat, de teamleider, orthopedagoog, curator en broer telefonisch werden gehoord vanwege COVID-19 maatregelen. Uit de stukken en de hoorzitting bleek dat cliënt ernstig nadeel ondervindt door zijn handicap, met risico's voor de veiligheid en sociale ontwikkeling.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om het ernstige nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Cliënt verzette zich tegen voortzetting, maar dit was onvoldoende om de machtiging te weigeren.
De rechtbank verleende daarom de machtiging voor voortzetting van het verblijf voor de duur van één jaar, tot en met 2 juni 2021. Deze beschikking is op 2 juni 2020 mondeling gegeven en op 8 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van het verblijf voor de duur van één jaar.