ECLI:NL:RBROT:2020:5413

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 mei 2020
Publicatiedatum
19 juni 2020
Zaaknummer
C/10/596013 / FA RK 20-3169
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WzdArt. 24 lid 1 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgTijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening op grond van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

De cliënt lijdt aan een ernstige psychogeriatrische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De cliënt vertoont verward gedrag, draait het dag- en nachtritme om, weigert vrijwel alle zorg, is incontinent en heeft meerdere valincidenten zonder hulp te kunnen roepen. Daarnaast heeft hij gordelroos die door gebrek aan zelfbeheersing ernstige vormen aanneemt, met verlies van zicht aan een oog tot gevolg.

De rechtbank stelde vast dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Ondanks verzet van de cliënt, die graag thuis wil blijven en meent zichzelf te kunnen verzorgen, is voldaan aan de wettelijke criteria voor een machtiging.

De rechtbank verleende de machtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 20 november 2020. De beschikking werd mondeling gegeven op 20 mei 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 28 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en ontbreken van minder ingrijpende maatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/596013 / FA RK 20-3169
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 mei 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt],
hierna: cliënt,
wonende en verblijvende aan de [adres cliënt], [woonplaats cliënt],
advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 6 mei 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 18 februari 2020;
 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 6 mei 2020.
1.2.
De medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam arts], arts, is nagezonden en ingekomen ter griffie op 10 mei 2020.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 mei 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:
 cliënt in het bijzijn van [naam casemanager], casemanager dementie, verbonden aan Laurens;
 [naam zoon], zoon van cliënt;
 de hiervoor genoemde advocaat van cliënt.

2..Beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening.
2.3.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Cliënt draait dag en nacht ritme om. Hij is ook steeds meer verward. Daarnaast weigert hij vrijwel alle zorg. Cliënt is ook incontinent en is niet in staat zichzelf daarin te verzorgen. Cliënt is ook een aantal keer ’s nachts gevallen waarna hij niet in staat was om hulp te roepen. Cliënt is dan ’s ochtends als hij wordt gevonden heel boos hierom maar is in de middag helemaal vergeten dat er überhaupt iets gebeurd is. Cliënt eet en drinkt ondermaats. Cliënt heeft gordelroos in zijn gezicht. Het gebrek aan zelfbeheersing of ziekteinzicht bij cliënt maakt dat hij niet in staat is zich te onthouden van krabben. Dit maakt dat de gordelroos ernstige vormen aanneemt en inmiddels heeft cliënt het zicht verloren aan een oog door de gordelroos.
2.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Dit blijkt uit zijn toelichting tijdens de mondelinge behandeling. Cliënt wil graag thuis blijven wonen en is van mening dat hij nog in staat is zichzelf te verzorgen.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 november 2020.
Deze beschikking is op 20 mei 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. Wapenaar, griffier, en op 28 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.