ECLI:NL:RBROT:2020:5380
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan schizofrenie, diabetes mellitus en middelenmisbruik, en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar door hypoglycemieën en maatschappelijke teloorgang door verbale agressie.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is vrijwillige zorg te accepteren en een gebrek aan ziekte-inzicht heeft, waardoor het risico bestaat dat hij stopt met medicatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar die hetzelfde effect bereiken. De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren.
De opgelegde verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid, waaronder het toelaten van hulpverleners in de woonruimte. Andere door de officier verzochte maatregelen zijn niet noodzakelijk bevonden. De zorgmachtiging wordt voor de duur van zes maanden verleend, tot en met 7 november 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie en toelating hulpverleners.