ECLI:NL:RBROT:2020:5352
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van drugsteelt en handel
Op 17 januari 2020 vond de terechtzitting plaats bij de rechtbank Rotterdam in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen, bereiden, verwerken, verkopen en vervoeren van MDMA en cocaïne in de periode van mei tot oktober 2019.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde zonder nadere motivering dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Het vonnis werd gewezen door de voorzitter en twee rechters en uitgesproken in een openbare zitting. De tenlastelegging betrof het bezit en handel in ongeveer 1092,8 gram MDMA en 9,1 gram cocaïne.
Deze uitspraak bevestigt het belang van een wettig en overtuigend bewijs in strafzaken en illustreert dat bij gebrek daaraan vrijspraak volgt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van drugshandel.