ECLI:NL:RBROT:2020:5329
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar exploitatievergunning door de burgemeester van Capelle aan den IJssel. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij haar restaurant vanaf 1 juni 2020 weer kon openen. De voorzieningenrechter heeft telefonisch de standpunten van partijen gehoord.
De intrekking is gebaseerd op het niet volledig aanleveren van gevraagde gegevens, waardoor de burgemeester een ernstig gevaar zag dat de vergunning zou worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen. De voorzieningenrechter toetst of er sprake is van onverwijlde spoed en een apert onrechtmatig besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond, omdat de beslissing op bezwaar binnen twee weken wordt verwacht en er geen acute noodsituatie is. Louter omzetverlies is onvoldoende voor een voorlopige voorziening. Ook is geen sprake van een apert onrechtmatig besluit, omdat verzoekster niet alle gevraagde financiële gegevens heeft verstrekt en het risico van het ontbreken van bewijsstukken voor haar rekening komt.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en geen apert onrechtmatig besluit.