De officier van justitie verzocht op 29 mei 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 28 mei 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verblijft in Antes GGZ te Capelle aan den IJssel. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats op 2 juni 2020 vanwege COVID-19, waarbij betrokkene en haar advocaat, alsmede een verpleegkundig specialist werden gehoord.
De rechtbank constateerde dat betrokkene een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel loopt door neurocognitieve stoornissen, mogelijk veroorzaakt door een delier na een langdurige IC-opname of door alcoholmisbruik. Betrokkene is niet in staat tot zelfzorg en vertoont wanen en zorgmijdend gedrag, met een reëel risico op ernstig letsel bij terugkeer naar huis.
De rechtbank achtte de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en proportioneel, met verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht. Minder ingrijpende maatregelen werden niet als toereikend gezien. De machtiging geldt voor drie weken tot en met 23 juni 2020. Betrokkene verzette zich tegen de maatregel, maar de rechtbank vond geen minder bezwarende alternatieven.
De beschikking werd op 2 juni 2020 mondeling gegeven en op 9 juni schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.