Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben op 9 maart 2020 bij de voorzieningenrechter tien besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) geschorst middels een verzoek om voorlopige voorziening. DNB heeft bij brief van 1 mei 2020 medegedeeld de termijnen voor uitvoering van de aanwijzingen te verlengen, waarmee zij gedeeltelijk aan het verzoek tegemoet is gekomen.
Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers hun verzoeken om voorlopige voorziening op 12 mei 2020 ingetrokken en verzocht DNB te veroordelen in de proceskosten. De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a Awb, bij gedeeltelijke tegemoetkoming in een verzoek om voorlopige voorziening proceskostenveroordeling mogelijk is.
De rechtbank stelt vast dat DNB inderdaad gedeeltelijk is tegemoetgekomen door de verlenging van de termijnen. De tien zaken worden als samenhangende zaken aangemerkt en de proceskosten worden vastgesteld op €1181,25, gelijkelijk verdeeld over de tien zaken. De griffierechten worden terugbetaald. De uitspraak is gedaan op 3 juni 2020 door voorzieningenrechter P. Vrolijk.
Uitkomst: De Nederlandsche Bank wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekers ten bedrage van €1181,25, gelijkelijk verdeeld over tien zaken.