ECLI:NL:RBROT:2020:4814
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting crisismaatregel bij Parkinson en dementie
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die klachten vertoont passend bij de ziekte van Parkinson en dementie. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats vanwege COVID-19, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een arts assistent werden gehoord.
De rechtbank beoordeelde dat de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel niet werden vervuld. De klachten van betrokkene zijn niet primair het gevolg van een psychische stoornis maar passen bij neurologische aandoeningen. De psychiater gaf aan dat betrokkene opnieuw wordt beoordeeld voor plaatsing in een verpleeghuis, wat de toepasselijkheid van de Wet zorg en dwang (Wzd) benadrukt.
De rechtbank concludeerde dat een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd passender is dan een voortzetting van de crisismaatregel onder de Wvggz. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat de klachten passen bij Parkinson en dementie, waarvoor de Wet zorg en dwang toepasselijk is.