ECLI:NL:RBROT:2020:4797
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken psychische stoornis en dreigend nadeel
De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die verblijft in een instelling na eerdere crisismaatregel vanwege een ernstig vervuilde woning.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 mei 2020 werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een verslavingsarts gehoord. Er was aanvankelijk een vermoeden van een stoornis in het gebruik van alcohol of een waan- of persoonlijkheidsstoornis. De verslavingsarts stelde echter vast dat er geen alcoholproblematiek was, en de psychiater vond onvoldoende aanwijzingen voor een psychische stoornis in de zin van de Wvggz.
De rechtbank stelde vast dat niet werd voldaan aan het vereiste van een ernstig vermoeden van een psychische stoornis. Daarnaast was het onmiddellijk dreigend en ernstig nadeel, dat bestond uit een zeer vervuilde woning, inmiddels weggenomen doordat de woning was leeggehaald en betrokkene niet terugkeert.
De rechtbank concludeerde dat de crisismaatregel niet kan worden voortgezet omdat de wettelijke criteria niet zijn vervuld. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van een psychische stoornis en het wegvallen van onmiddellijk dreigend nadeel.