Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam bedrijf] h.o.d.n. [handelsnaam 1] ,
1..[naam gedaagde 1] h.o.d.n. [handelsnaam 2] ,
[naam 1],
2..[naam gedaagde 2] ,
[naam 1],
1..De procedure in de hoofdzaak en vrijwaringszaak
- de dagvaarding van 17 januari 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring, van de zijde van [handelsnaam 2] , met producties;
- het vonnis in incident van 1 mei 2019 van deze rechtbank, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie van de zijde van [naam gedaagde 2] , met producties;
- het faxbericht van 14 augustus 2019 van de zijde van de curator, met producties;
- het faxbericht van 16 augustus 2019 van de zijde van de curator, met productie;
- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 28 augustus 2019;
- het faxbericht van 4 september 2019 van de zijde van de curator, met een opmerking naar aanleiding van het proces-verbaal van comparitie.
2..De feiten in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak
3..Het geschil
I. Primair:
4..De beoordeling
te allen tijde[cursivering rb] de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend. Dat betekent dat het gedurende (een kleine) drie maanden niet voeren van een administratie in beginsel in strijd is met artikel 2:10 lid 1 BW Pro. De stelling dat dat in het onderhavige geval anders was omdat de onderneming stil lag moet worden verworpen, reeds omdat het standpunt van [naam gedaagde 2] (opgenomen in de pleitnotities van mr. Renzen) dat er in genoemde periode geen “boekhoudkundige feiten meer [zijn] voorgevallen” wordt ontkracht door de verklaring van [naam gedaagde 2] ter comparitie dat de op de overdrachtsbalans opgenomen crediteuren nog voor de levering van de aandelen zijn afgelost.
1.086,00(2 punten × tarief II à € 543,00)
1.086,00(2 punten × tarief II à € 543,00)