ECLI:NL:RBROT:2020:4672

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 februari 2020
Publicatiedatum
27 mei 2020
Zaaknummer
8102054 MB VERZ 19-3213
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens twijfel aan juistheid verklaring verbalisanten bij vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op de A15 te Barendrecht. Tegen deze beschikking werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

De verbalisanten verklaarden dat zij betrokkene in zijn vrachtwagen een mobiele telefoon in zijn rechterhand zagen vasthouden terwijl zij naast hem reden. Betrokkene ontkende dit. De kantonrechter oordeelde dat er voldoende aanleiding was om aan de juistheid van de verklaring van de verbalisanten te twijfelen, mede omdat het vanuit een gewone auto niet goed mogelijk is om te zien of een chauffeur in een hogere vrachtwagencabine een telefoon vasthoudt.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de eerdere beslissingen vernietigd en werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door mr. K.J. Bezuijen op 5 februari 2020 te Rotterdam.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de opgelegde sanctie vernietigd wegens twijfel aan de juistheid van de verklaring van de verbalisanten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8102054 MB VERZ 19-3213
cjib-nummer: [cjib-nummer]
registratienummer: [registratienummer]
uitspraak: 5 februari 2020
uitspraak van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
betrokkene: [naam berokkene]
woonplaats: [woonplaats betrokkene]
gemachtigde: Boete.nu

1.Het verloop van de procedure

Bij inleidende beschikking van 30 oktober 2018 is aan betrokkene een sanctie opgelegd van € 230,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten. De beschikking is opgelegd voor “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”, begaan op maandag 22 oktober 2018 om 14:14 uur te Barendrecht aan de A15 (feitcode R545).
Tegen deze beschikking is betrokkene op 7 december 2018 bij de officier van justitie in beroep gekomen.
De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 29 maart 2019 aan betrokkene verzonden.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene op 14 mei 2019 beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de openbare zitting van 22 januari 2020, waar namens de officier van justitie een vertegenwoordiger van de CVOM is verschenen. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen niet verschenen.

2.De beoordeling

2.1
De termijnen en formaliteiten voor de procedure bij de kantonrechter zijn in acht genomen.
2.2
Betrokkene heeft - kort samengevat - aangevoerd dat hij geen mobiele telefoon heeft vastgehouden tijdens het rijden.
2.3
De verbalisanten die de gedraging hebben geconstateerd, hebben de volgende ambtsedige verklaring afgelegd: “
Wij, verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] , zagen betrokkene in zijn vrachtwagen op de hoofdrijbaan van de Rijksweg A15 te Rotterdam rijden en zagen door de rechter zijruit van de cabine dat de chauffeur een mobiele telefoon in zijn rechterhand hield. Wij verbalisanten reden op rijstrook 1 van de parallelbaan van de Rijksweg A15 met gelijke snelheid. Wij hadden dus vrij zicht en doordat wij grotendeels in de zogenaamde dode hoek van hem reden, zag hij ons niet rijden. Wij zagen heel duidelijk dat hij een mobiele telefoon recht voor zich hield.”.
2.4
In beginsel dient van de juistheid van een op ambtseed of ambtsbelofte afgelegde verklaring te worden uitgegaan. In dit geval bestaat echter voldoende aanleiding om aan de juistheid van de verklaring van de verbalisanten te twijfelen. Die twijfel wordt ingegeven door het feit dat men vanuit een gewone auto niet zal kunnen zien of de chauffeur in een veel hogere vrachtwagencabine (op de linker bestuurdersstoel) een mobiele telefoon vasthoudt. De verbalisanten zijn hier niet afdoende op ingegaan. Het beroep is dan ook gegrond.
2.5
Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden toegewezen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen in dit geval de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking. De hoogte van de vergoeding zal gelet op het aantal door de gemachtigde van betrokkene verrichte proceshandelingen en met toepassing van wegingsfactor 0,5 worden vastgesteld op € 656,25.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt zowel de beslissing van de officier van justitie als de inleidende beschikking;
bepaalt dat wat te veel aan zekerheid is gesteld wordt terugbetaald;
veroordeelt de officier van justitie om aan betrokkene te betalen een bedrag van € 656,25 aan proceskostenvergoeding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare zitting.
43416
Wanneer de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 70,00 of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het niet tijdig stellen van zekerheid, staat ingevolge artikel 14 Wahv Pro tegen deze uitspraak hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift dient ingezonden te worden bij de kantonrechter (Postbus 50955, 3007 BS Rotterdam). Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen per e-mail.
Datum toezending: