ECLI:NL:RBROT:2020:4572
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht op 15 april 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 14 april 2020 was opgelegd aan betrokkene, die lijdt aan een posttraumatische stressstoornis met suïcidaliteit. De mondelinge behandeling vond plaats op 16 april 2020, waarbij betrokkene en haar advocaat en een psychiater telefonisch werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel, veroorzaakt door het gedrag van betrokkene als gevolg van haar psychische stoornis. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Hoewel betrokkene aangaf vrijwillig te willen blijven en afspraken te kunnen maken, was de rechtbank hier niet van overtuigd vanwege haar vaste besluit tot zelfdoding.
De verplichte zorg die noodzakelijk werd geacht bestond uit het beperken van de bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Andere vormen van verplichte zorg werden niet noodzakelijk geacht. De rechtbank vond de voorgestelde verplichte zorg evenredig en effectief, rekening houdend met de veiligheid en maatschappelijke participatie van betrokkene.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 7 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken tot 7 mei 2020.