ECLI:NL:RBROT:2020:4484
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan een verstandelijke beperking als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel en bekend is met alcohol- en drugsmisbruik.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel, agressie en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoont een patroon van terugval in middelenmisbruik met grensoverschrijdend gedrag en justitiële problemen, ondanks eerdere beschermde woonvormen en behandeling.
De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg onvoldoende effectief is gebleken en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie voor maximaal zes maanden en opname in een accommodatie voor maximaal twee maanden, mits een recente medische verklaring de noodzaak bevestigt.
De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, dat de zorg evenredig en effectief is, en dat de zorgmachtiging daarom wordt toegekend tot en met 14 november 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie en opname indien nodig.