ECLI:NL:RBROT:2020:4255
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor feitelijk leidinggeven aan overtreding Wft
De AFM legde op 28 december 2018 een bestuurlijke boete van €50.000 op aan eiser wegens feitelijk leidinggeven aan overtredingen van artikel 4:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) door zijn onderneming in de periode van 1 oktober 2014 tot 25 mei 2016. Eiser was statutair bestuurder en dagelijks beleidsbepaler in die periode.
Eiser maakte bezwaar tegen het boetebesluit, maar dit werd op 29 mei 2019 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank stelde vast dat de overtredingen ernstig waren en dat eiser feitelijk leiding gaf aan deze overtredingen. Eiser betwistte de overtreding niet, maar voerde alleen aan dat de boete onevenredig hoog was.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, ook gezien de ernst van de overtredingen en het feit dat eiser geen maatregelen nam om deze te beëindigen. Argumenten over schadeloosstelling van cliënten, beperkte draagkracht en publicatie van het boetebesluit leidden niet tot matiging. De boete bleef gehandhaafd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €50.000 wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 4:11 Wft wordt ongegrond verklaard.