ECLI:NL:RBROT:2020:4201
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 1 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Uit de medische stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene risico loopt op ernstig nadeel door zijn psychische stoornis, waaronder ernstige zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren. Voor de reguliere behandeling zijn onder meer het toedienen van medicatie, toezicht, en controle op gedrag-beïnvloedende middelen toegewezen. Daarnaast zijn ook vormen van verplichte zorg voor een toekomstige crisissituatie toegekend, zoals opname, bewegingsbeperking, insluiting, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank stelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, dat de verplichte zorg evenredig is en naar verwachting effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 1 november 2020. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met het recht op cassatie.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorg voor reguliere behandeling en toekomstige crisissituaties.