Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam gedaagde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
ECP Nederland B.V. en ECP Finance B.V. (ECP c.s.) vorderden schadevergoeding van Stipt Packaging B.V., Stipt Contracting B.V. en [naam gedaagde 2] wegens het afbreken van onderhandelingen en onrechtmatig handelen. De kern van het geschil betrof de vraag of [naam getuige 4], als enige bevoegde vertegenwoordiger, had ingestemd met de overeenkomsten en borgstelling. De rechtbank concludeerde dat ECP c.s. onvoldoende bewijs had geleverd dat deze instemming had plaatsgevonden, mede vanwege beperkingen op partij-getuigenverklaringen en gebrek aan aanvullend bewijs.
ECP c.s. stelde tevens dat [naam gedaagde 2] aansprakelijk was wegens het niet waarnemen van zijn volmacht en wegens onrechtmatige daad. De rechtbank oordeelde dat ECP c.s. niet mocht vertrouwen op de volmacht van [naam gedaagde 2], maar wel dat [naam gedaagde 2] onrechtmatig had gehandeld door onjuiste indrukken te wekken over instemming met de contracten, waardoor schade was geleden. Stipt Contracting B.V. en Stipt Packaging B.V. waren aansprakelijk voor de fouten van hun ondergeschikte [naam gedaagde 2].
Daarnaast legde ECP c.s. conservatoire beslagen ten laste van Stipt c.s. en haar opdrachtgevers, wat risicoaansprakelijkheid meebracht omdat de vorderingen werden afgewezen. De rechtbank veroordeelde ECP c.s. tot vergoeding van de schade die Stipt c.s. hierdoor had geleden. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vorderingen van ECP c.s. afgewezen wegens ontbreken instemming; schadevergoeding toegewezen aan ECP c.s. en Stipt c.s. voor onrechtmatig handelen en onrechtmatig gelegde beslagen.