ECLI:NL:RBROT:2020:4010
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, de ziekte van Alzheimer. De cliënt vertoont ernstige geheugen- en cognitieve stoornissen, gedesoriënteerd gedrag en kan snel geprikkeld raken, wat leidt tot een aanzienlijk risico op lichamelijk letsel, psychische schade en verwaarlozing.
De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling ook de cliënt, haar echtgenoot en casemanager telefonisch gehoord. Uit de medische verklaringen en het indicatiebesluit blijkt dat opname noodzakelijk is omdat de cliënt 24-uurs zorg en toezicht nodig heeft, wat thuis niet adequaat kan worden geboden. Minder ingrijpende alternatieven zoals thuiszorg en dagbesteding zijn geprobeerd, maar niet geaccepteerd door de cliënt.
De echtgenoot van de cliënt is overbelast door de zorg, waardoor zijn gezondheid in gevaar komt. De cliënt heeft geen ziektebesef en verzet zich tegen opname. Gezien deze omstandigheden voldoet de situatie aan de criteria van artikel 26 Wzd Pro voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf.
De rechtbank verleent de machtiging voor een periode van zes maanden, tot en met 6 oktober 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.