ECLI:NL:RBROT:2020:3988
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot voortzetting van verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van cliënt in een geregistreerde accommodatie op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
Cliënt lijdt aan een licht verstandelijke beperking met een forse sociaal-emotionele achterstand door vroege hechtingsproblematiek, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische en materiële schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. De rechtbank stelde vast dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om dit ernstige nadeel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.
Cliënt betwistte niet de ernst van het nadeel maar stelde dat het verblijf vrijwillig zou zijn. De rechtbank oordeelde dat vrijwilligheid niet aannemelijk is gezien het gedrag van cliënt en de vele incidenten het afgelopen jaar. Vanwege het ingrijpende karakter van de maatregel en het bezwaar van cliënt werd de machtiging verleend voor één jaar in plaats van de door het CIZ gevraagde twee jaar.
De beschikking is op 27 maart 2020 mondeling gegeven en op 1 april 2020 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf voor één jaar om ernstig nadeel te voorkomen.