ECLI:NL:RBROT:2020:3987
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht op 26 maart 2020 om voortzetting van een op 25 maart 2020 opgelegde crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een psychiatrische inrichting. De mondelinge behandeling vond plaats op 27 maart 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat en een psychiater werden gehoord. De moeder van betrokkene was niet aanwezig maar kon telefonisch haar mening geven.
De rechtbank beoordeelde de aanvraag aan de hand van artikel 7:7 Wvggz Pro en gerelateerde bepalingen. Er werd vastgesteld dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis (depressie en persoonlijkheidsproblematiek). De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Betrokkene stemde niet in met de voortzetting, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven.
De rechtbank achtte bepaalde vormen van verplichte zorg noodzakelijk, zoals bewegingsbeperking, toezicht, onderzoeken aan lichaam en verblijfsruimte, en opname in een accommodatie. Andere door de officier verzochte zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht. De machtiging werd verleend voor een periode van drie weken, met het oog op een spoedig ontslag zodra betrokkene haar therapie kan voortzetten.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met verplichte zorgmaatregelen.