De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2006. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot februari 2020. De GI vorderde een verlenging van één jaar vanwege zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige en het ontbreken van effectieve hulpverlening door aanhoudende echtscheidingsproblematiek van de ouders.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de minderjarige, de ouders en vertegenwoordigers van de GI gehoord. Het Jeugdteam Sliedrecht, dat al langere tijd betrokken is, stelde dat het contact tussen de GI en de vader zodanig slecht is dat het gedwongen kader averechts werkt. Zij pleitten voor hulpverlening binnen het vrijwillig kader, waar de vader wel mee samenwerkt.
De moeder stemde in met het verzoek tot verlenging, terwijl de vader zich ertegen verzette, stellende dat de ondertoezichtstelling de hulpverlening juist frustreert. De kinderrechter overwoog dat de ondertoezichtstelling al jaren loopt zonder voldoende vooruitgang en dat het gedwongen kader contraproductief lijkt. Nu een plan vanuit het Jeugdteam bestaat dat door de vader wordt gedragen, is het gedwongen kader niet langer noodzakelijk. De rechtbank wees het verzoek daarom af en gaf aan dat het vrijwillig kader passend is voor de hulpverlening aan de minderjarige.