ECLI:NL:RBROT:2020:3734
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens werkweigering is rechtsgeldig
De zaak betreft een verzoek van de werkgever om de werknemer te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding na ontslag op staande voet wegens werkweigering. De werknemer is op 31 oktober 2019 ontslagen nadat hij zonder kennisgeving niet is verschenen bij de opdrachtgever, ondanks een waarschuwing de dag ervoor.
De werknemer is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling en heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter stelt vast dat de betekening van het verzoekschrift rechtsgeldig is verlopen en dat de werknemer op de hoogte moet zijn van de procedure. Bij gebreke van verweer wordt uitgegaan van de juistheid van de stellingen van de werkgever.
De kantonrechter concludeert dat de werknemer door zijn gedrag een dringende reden heeft gegeven voor ontslag op staande voet conform artikel 7:677 lid 2 BW Pro. Hierdoor is de werknemer de gefixeerde schadevergoeding verschuldigd zoals bedoeld in lid 3 sub a van dat artikel. De gevorderde vergoeding van € 1.508,00 wordt toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf het einde van de arbeidsovereenkomst.
Daarnaast wordt de werknemer veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is terecht en werknemer moet schadevergoeding van € 1.508,00 plus rente betalen.