ECLI:NL:RBROT:2020:3694
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 31 maart 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 30 maart 2020 was opgelegd aan betrokkene, die zich bevindt in een psychotische toestand sinds het begin van de coronacrisis. Betrokkene vertoont ernstig gevaarlijk gedrag, waaronder het niet slapen, het oproepen van agressie bij anderen en een incident waarbij een verpleegkundige werd bedreigd. De rechtbank hield op 1 april 2020 een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, haar advocaat en behandelaren van Parnassia Groep werden gehoord.
De rechtbank oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 7:7 Wvggz Pro is voldaan: er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, de crisissituatie is urgent en betrokkene verzet zich tegen zorg. De noodzakelijke verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar en de zorg is evenredig en effectief.
De rechtbank wijst het verzoek van de advocaat af om betrokkene thuis ambulant te behandelen, omdat betrokkene ambivalent is en niet in staat een consistente mening te vormen. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken tot en met 22 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.