Volksbank legde op 17 januari 2019 executoriaal beslag onder Persorent voor een vordering van € 112.933,20 plus kosten en rente. Persorent werd gesommeerd een verklaring af te leggen over de vorderingen die door het beslag getroffen waren, maar stelde aanvankelijk dat het beslag niet rechtsgeldig was omdat het proces-verbaal niet aan de juiste persoon was betekend.
Tijdens de procedure legde Persorent alsnog een verklaring af, die door Volksbank werd geaccepteerd. Volksbank wijzigde daarop haar vordering tot betaling van € 5.989, het bedrag dat volgens de verklaring onder het beslag viel. Persorent voerde geen verweer tegen deze subsidiaire vordering.
De kantonrechter oordeelde dat de primaire vordering niet toewijsbaar was vanwege het afleggen en accepteren van de verklaring. Het beroep op nietigheid van het beslag werd niet langer gehandhaafd. Persorent werd veroordeeld tot betaling van € 5.989 aan Volksbank, met compensatie van de proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.