ECLI:NL:RBROT:2020:3547
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die verblijft in een zorginstelling vanwege een geagiteerd psychotisch toestandsbeeld.
De crisismaatregel was aanvankelijk opgelegd op 15 maart 2020. Uit de medische verklaring en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstige psychische klachten vertoont, waaronder waanideeën en agressief gedrag, die zijn ontstaan na een emotionele gebeurtenis. De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat wordt veroorzaakt door een psychische stoornis.
De rechtbank achtte het noodzakelijk om verplichte zorg voort te zetten, waaronder medicatie, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Andere door de officier verzochte zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel wordt als evenredig en effectief beoordeeld.
De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, geldig tot en met 9 april 2020, en bepaalde dat de genoemde vormen van verplichte zorg kunnen worden toegepast. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 9 april 2020.