ECLI:NL:RBROT:2020:3543
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling op grond van voldoende vrijwilligheid
Het CIZ verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De procedure startte met het verzoekschrift ingediend op 17 maart 2020, waarbij ook de beschikking van de burgemeester en een medische verklaring werden overgelegd.
Op 19 maart 2020 vond de mondelinge behandeling plaats, waarbij de cliënt en zijn advocaat telefonisch werden gehoord, evenals een arts verbonden aan de instelling waarin de cliënt verblijft. De arts verklaarde dat de cliënt geen enkel blijk van verzet toonde en dat er voldoende vertrouwen was dat de cliënt vrijwillig in de instelling zou blijven.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 37 Wzd Pro, in samenhang met artikelen 38 en 39 Wzd, een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling alleen kan worden verleend indien de burgemeester een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven. Gezien de verklaring van de arts en het ontbreken van verzet van de cliënt, concludeerde de rechtbank dat de vrijwilligheid voldoende was en wees het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat cassatie open. De beschikking werd mondeling gegeven op 19 maart 2020 en schriftelijk uitgewerkt en getekend op 27 maart 2020.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens voldoende vrijwilligheid van de cliënt.