De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2004. De minderjarige verbleef reeds in een voorziening voor gesloten jeugdhulp en was tijdelijk onder toezicht gesteld. De Raad verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden en een machtiging gesloten jeugdhulp voor zes maanden.
De kinderrechter oordeelde dat er ernstige zorgen bestonden over de ontwikkeling van de minderjarige, met name op het gebied van gedrag, emotieregulatie, middelengebruik, impulsiviteit en beïnvloedbaarheid. Ondanks dat de minderjarige stappen had gezet, waren er nog belangrijke doelen te behalen. De gesloten setting bood structuur en begrenzing die noodzakelijk werden geacht voor de voortzetting van het behandeltraject.
De kinderrechter wees het verzoek tot beperking van de duur van de machtiging af en achtte een periode van zes maanden noodzakelijk om de gestelde doelen te bereiken. De ondertoezichtstelling werd verlengd voor twaalf maanden. De beschikking werd telefonisch uitgesproken vanwege coronamaatregelen en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat.