ECLI:NL:RBROT:2020:3265
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 20 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een depressieve episode binnen een schizoaffectieve stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel, financiële schade en maatschappelijke teloorgang.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur blijkt dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. De voorgestelde verplichte zorg omvat medische behandeling, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie. De rechtbank oordeelt dat deze zorg evenredig en effectief is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn.
De zorgmachtiging wordt daarom verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 20 september 2020. Tijdens de mondelinge behandeling werd benadrukt dat betrokkene zich kan richten op herstel zonder schuldgevoelens. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met de voorgestelde verplichte zorgmaatregelen.