ECLI:NL:RBROT:2020:3177
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 20 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en middelenafhankelijkheid.
Uit de medische verklaringen en het zorgplan bleek dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene erkende deze situatie niet, maar tijdens de zitting bleek dat medicatie verbetering bracht en dat ontslag naar een beschermde woonvoorziening wordt voorbereid.
De rechtbank stelde vast dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De zorg omvat onder meer medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht en onderzoek op gedrag-beïnvloedende middelen. Minder bezwarende alternatieven ontbreken, en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief.
De rechtbank verleende daarom de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 20 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden aan betrokkene wegens ernstig nadeel en afwezigheid van vrijwillige zorgmogelijkheden.