Eisers, aanbieders van beschermingsbewind in Groningen, stelden dat de gemeente met nieuwe beleidsregels de vergoeding van kosten via bijzondere bijstand stopzette, waardoor commerciële aanbieders uit de markt worden gedrukt. Zij verzochten ACM om handhaving, maar ACM wees dit af omdat het aanbieden van beschermingsbewind door de gemeente is aangemerkt als een activiteit in het kader van het algemeen belang, waardoor hoofdstuk 4b van de Mededingingswet niet van toepassing is.
De rechtbank overwoog dat het algemeen belangbesluit van 2014 niet is betwist en dat de beleidswijzigingen per 1 maart 2018 de aard van de dienst niet fundamenteel veranderen. De dienst blijft een activiteit van algemeen belang en valt daardoor buiten het toezicht van ACM. De rechtbank vond dat ACM terecht geen rol toekomt bij de beoordeling van de gedragsregels uit hoofdstuk 4b van de Mededingingswet.
Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 16 januari 2020.