ECLI:NL:RBROT:2020:2857
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor betrokkene met schizofrenie
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene had medicatie stopgezet vanwege bijwerkingen, is psychotisch en katatoon opgenomen en weigert ambulante zorg.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, toezicht, opname in een accommodatie en beperking van bewegingsvrijheid, waarbij het uitgangspunt ambulante zorg is. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden met de mogelijkheid tot opname als betrokkene medicatie weigert.
De rechtbank benadrukt dat na een aanzienlijke periode een nieuwe onafhankelijke psychiatrische beoordeling vereist is om de rechtmatigheid van vrijheidsbeneming te waarborgen. De beschikking is mondeling gegeven op 24 maart 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 30 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg te kunnen verlenen aan betrokkene met schizofrenie.