ECLI:NL:RBROT:2020:2835
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel
De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verbleef in een psychiatrische instelling.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 maart 2020 werden betrokkene, haar advocaat en meerdere zorgverleners telefonisch gehoord. De medische verklaring toonde aan dat betrokkene een drugs-geïndiceerde psychose had door amfetaminegebruik, maar dat deze psychose in remissie was en geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer bestond.
De rechtbank oordeelde dat de agressie was verdwenen en dat betrokkene bereid was vrijwillige hulp te zoeken. Gezien het ontbreken van het vereiste onmiddellijk dreigend ernstig nadeel werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.