Uitspraak
de bestuursrechter in de rechtbank Rotterdam
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de griffier naar aanleiding van de afwijzing van zijn beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht in een bestuursrechtelijke procedure. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet gericht was tegen de rechter of rechters die de zaak behandelen, zoals vereist volgens artikel 8:15 Awb Pro.
De kamer stelde vast dat de beslissing van de griffier een voorlopig karakter heeft en dat er nog geen rechterlijke beslissing was genomen in de onderliggende procedure. Verzoeker had bovendien in meerdere eerdere procedures soortgelijke wrakingsverzoeken ingediend die steeds niet-ontvankelijk werden verklaard.
De wrakingskamer concludeerde dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikte om een andere beslissing over het griffierecht af te dwingen. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling zal worden genomen. Tevens werd het verzoek tot verwijzing van de beroepsprocedure naar een andere rechtbank afgewezen wegens onbevoegdheid van de wrakingskamer.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoeken en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik.