ECLI:NL:RBROT:2020:2642
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschrifte en witwassen uitkeringsfraude
De verdachte werd beschuldigd van het valselijk opmaken van documenten en het witwassen van geld in het kader van een uitkeringsfraudezaak. Zij zou onjuiste gegevens hebben verstrekt over haar dienstverband en ziekteperiode om onterecht uitkeringen te ontvangen.
Tijdens de terechtzittingen gaf de verdachte wisselende verklaringen over haar werkzaamheden en betrokkenheid bij het bedrijf. Ondanks aanwijzingen dat zij op de hoogte was van onregelmatigheden binnen het bedrijf, kon de rechtbank niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat haar gedragingen binnen de grenzen van de tenlastelegging vielen.
De rechtbank concludeerde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak de verdachte daarom volledig vrij. De zaak draaide om complexe bewijswaardering en de onduidelijkheid over de exacte rol van de verdachte bij de vermeende fraude.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van de tenlastelegging.