Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2020 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
.
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser ontving uitkeringen op grond van de WW, ZW, Wet WIA en TW, welke door verweerder zijn ingetrokken en teruggevorderd wegens vermoedens van een gefingeerd dienstverband bij twee bedrijven.
De Inspectie SZW voerde onderzoek uit naar mogelijke valse arbeidsovereenkomsten en salarisgegevens. Verweerder stelde op basis van het onderzoeksrapport en aanvullende gegevens vast dat eiser geen daadwerkelijke arbeid had verricht en dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond.
Eiser betwistte dit en verwees naar getuigenverklaringen in een strafzaak en het arrest Schatschaschwili, maar slaagde er niet in objectief en verifieerbaar tegenbewijs te leveren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende feiten had aangedragen en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het dienstverband wel bestond. De intrekking en terugvordering van de uitkeringen waren daarom terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de sociale zekerheidsuitkeringen wordt ongegrond verklaard.