Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
4.Waardering van het bewijs
verblijf. De feitelijke handelingen die in de tenlastelegging worden genoemd zijn slechts gericht op de binnenkomst en de doorreis door Nederland en België, niet op het verkrijgen van verblijf. Voorts bestond bij de verdachte geen winstbejag ten aanzien van de ten laste gelegde reis. Zij werd daartoe gedwongen. Tot slot heeft de verdediging bepleit dat de verdachte geen beroep of gewoonte heeft gemaakt van het ten laste gelegde feit. Zij heeft slechts in een tijdsbestek van nog geen maand een aantal keer een enkele persoon vervoerd.
en/of doorreis door Nederland en andere lidsta
tenvan de Europese Unie, te weten België en
het Verenigd Koninkrijken/of genoemde personen daartoe gelegenheid
enmiddelen heeft verschaft en
tenvan de Europese Unie, te weten België en
het Verenigd Koninkrijken genoemde
persoondaartoe gelegenheid
enmiddelen heeft verschaft
het Verenigd Koninkrijkte nemen en
het Verenigd Koninkrijk,
het Verenigd Koninkrijk heeftgeorganiseerd en gefaciliteerd, terwijl zij, verdachte, en haar mededaders, wisten dat die toegang of die doorreis of dat verblijf
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;