ECLI:NL:RBROT:2020:2365
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wetenschap omtrent aanwezigheid cocaïne
De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 maart 2020 een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van verschillende handelingen met bijna 8 kilo cocaïne. De tenlastelegging betrof het opzettelijk aanwezig hebben, vervoeren en verkopen van cocaïne in een woning te Capelle aan den IJssel.
De officier van justitie stelde dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs, mede omdat verdachte samen met medeverdachten in de woning was waar de drugs werden verzameld en een drugsdeal plaatsvond. De officier eiste 29 maanden gevangenisstraf.
De rechtbank oordeelde echter dat er geen direct bewijs was dat verdachte wetenschap had van de drugs. Het enkele feit dat verdachte aanwezig was in de woning bood onvoldoende overtuiging om wetenschap vast te stellen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf af, omdat verdachte werd vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en de griffier tijdens een openbare zitting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap omtrent de aanwezigheid van cocaïne.