Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2020 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, te [woonplaats] , hierna: eisers,
Rechtbank Rotterdam
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van stofferingskosten van €630,-, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen. De afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar, waarna eisers beroep instelden bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelt dat de gevraagde kosten reguliere, incidentele kosten van het bestaan betreffen die in principe uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan. Hoewel eisers een onvolledige AOW-uitkering ontvangen en geen nieuwe AIO-aanvulling hebben aangevraagd na intrekking, zijn deze omstandigheden onvoldoende onderbouwd als bijzondere omstandigheden die recht geven op bijzondere bijstand.
Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij niet konden reserveren voor de kosten of dat gespreide betaling achteraf niet mogelijk was. Ook de stelling dat andere noodzakelijke kosten een belemmering vormden, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt ongegrond verklaard.