ECLI:NL:RBROT:2020:1911

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 februari 2020
Publicatiedatum
4 maart 2020
Zaaknummer
C/10/590727 / FA RK 20-621
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 1 WzdArt. 26 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging op grond van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd) voor opname en verblijf van een cliënte met een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie.

De rechtbank behandelde het verzoek op 18 februari 2020 in de woning van de cliënte. De behandelaar was niet aanwezig, maar de aanwezige familieleden herkenden de medische verklaringen. Uit de stukken en de zitting bleek dat de cliënte ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, zoals desoriëntatie, incontinentie, passiviteit en afhankelijkheid van haar echtgenoot, die de thuissituatie als onhoudbaar ervaart.

De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden, en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Ondanks verzet van de cliënte werd de machtiging voor zes maanden verleend, geldig tot 18 augustus 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/590727 / FA RK 20-621
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 februari 2020 betreffende een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënte],
geboren op [geboortedatum cliënte] ,
hierna: cliënte,
wonende aan de [adres cliënte] , [woonplaats cliënte] ,
advocaat mr. J.A. Smits te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 4 februari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 12 juni 2018;
  • de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door drs. F. Paker, specialist ouderengeneeskunde van 29 januari 2020;
  • de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 13 januari 2020;
  • de medische informatie met betrekking tot de diagnostiek door drs. P.L. van der Staay, huisarts, 19 maart 2018.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 februari 2020, in de woning van cliënte.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
- cliënte met haar hierboven genoemde advocaat;
- [naam 1] , echtgenoot van betrokkene;
- [naam 2] , nicht van betrokkene;
- [naam 3] , vriendin van de familie.
Tijdens de mondelinge behandeling is de opgeroepen behandelaar niet verschenen. Na overleg met cliënte en haar advocaat is besloten de zitting niet aan te houden, aangezien de medische stukken duidelijk zijn en de betrokken familie van cliënte de medische verklaringen herkennen.

2.Beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënte als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap leidt tot ernstig nadeel, de opname en het verblijf noodzakelijk zijn om het nadeel te voorkomen of af te wenden en er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat cliënte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie.
2.3.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Bij cliënte is sprake van desoriëntatie in tijd, plaats en persoon. Vanwege incontinentie is sprake van ernstige verwaarlozing van betrokkene zelf, haar bed en de woning. Cliënte is passief en eet en drinkt alleen wanneer dat wordt aangeboden. Cliënte is volledig afhankelijk van haar echtgenoot, die aangeeft dat de thuissituatie onhoudbaar is en vanuit onmacht boos kan worden.
2.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. In de buurt van de woning van cliënte wordt een accommodatie voor jong demente personen opgericht, waar zij binnenkort terecht kan.
2.5.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Gebleken is dat cliënte zich verzet tegen een opname en verblijf in een accommodatie.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënte] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 augustus 2020.
Deze beschikking is op 18 februari 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van M.M.P.H. van den Boomen, griffier, en op 20 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.