Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
[naam minderjarige] ,
[naam moeder] ,
[naam vader] ,
Het procesverloop
27 januari 2020;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 10 februari 2020 een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing en oplegging van een dwangsom in het kader van een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010. De minderjarige woont bij de moeder, met wie het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door beide ouders.
De schriftelijke aanwijzing van 9 januari 2020 regelt de omgang tussen vader en minderjarige, waarbij communicatie tussen ouders via schriftelijke middelen dient te verlopen om escalatie te voorkomen. De omgang vindt niet plaats bij vader thuis vanwege complexe gezinsverhoudingen. De aanwijzing geldt tot 14 februari 2020 waarna evaluatie volgt. De gecertificeerde instelling verzocht tevens een dwangsom op te leggen bij niet-nakoming.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat er communicatieproblemen zijn tussen ouders, die het maken van afspraken bemoeilijken. De vader werkt wisselende diensten en wil omgang met zijn zoon, die echter niet bij hem wil verblijven. Ouders zijn gestart met mediation om de communicatie te verbeteren. De kinderrechter achtte het belang van het kind gediend met bekrachtiging van de aanwijzing en legde een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €400.
De rechter benadrukte het belang van positieve omgang zonder dat het kind wordt belast met conflicten tussen ouders. De GI zal in overleg met ouders de omgangsregeling verder vormgeven, met het streven naar een vaste regeling na het mediationtraject.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en legt een dwangsom op bij niet-nakoming.