Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het rapport van Reclassering Nederland van 21 juli 2017.
4.Waardering van het bewijs
onder 1 primair ten laste gelegdeniet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verdachte zal daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.
onder 1 subsidiair laste gelegdehet volgende. Voorop gesteld wordt dat onder ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht niet alleen moet worden verstaan ‘het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn’, maar onder omstandigheden ook ‘het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam’ (zie o.a. HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2677).
onder 2 ten laste gelegdewettig en overtuigend bewezen, waaronder het door de verdachte en/of [naam medeverdachte 1] vastpakken, slaan en vastbinden van de aangever. Het vastpakken en slaan van de aangever hebben gezorgd voor een dreigende en dwingende situatie en daarna is de aangever vastgebonden aan zijn handen en enkels. Alleen al door de aangever zo vast te binden, is vanaf dat moment sprake van wederrechtelijke vrijheidsberoving in vereniging. Daar komen alle andere latere handelingen, die hierboven al aan de orde zijn geweest bij de mishandeling, nog eens bovenop.
onder 3 ten laste gelegde, voor zover het de diefstal betreft. De verdachte zal (partieel) worden vrijgesproken voor de geweldscomponent. Er kan op basis van de wettige bewijsmiddelen namelijk geen afdoende causaal verband worden gelegd tussen de (eerdere) geweldpleging en de diefstal.
onder 4 ten laste gelegdepoging tot diefstal wettig en overtuigend bewezen verklaard. Gelet op alle handelingen die hebben plaatsgevonden, waarbij de verdachte degene is geweest die de zakken van de aangever heeft leeggemaakt, de pincode heeft gevraagd en de goederen van de verdachte uiteindelijk uit de woning heeft meegenomen en weggegooid, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [naam medeverdachte 2] .
(een
)tie-wrap(s) om het hoofd en/of de nek van die [naam slachtoffer] te doen (om die doek op zijn plaats te houden) en vervolgens
,en/of zijn mededader(s), met dat opzet
).
toe-eigeningheeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Huawei) enf een bankpas (van de ING) en een rijbewijs (ten name van [naam slachtoffer] ), toebehorende aan [naam slachtoffer] ;
waarbijzijn mededader een bankpas van de ING toebehorende aan die [naam slachtoffer] in een pinautomaat heeft gestoken en de daarbij behorende pincode (tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren) heeft ingetoetst,
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
Daarnaast heeft de verdachte samen met een ander de telefoon, de pinpas en het rijbewijs van het slachtoffer weggenomen. Met de pinpas is geprobeerd geld op te nemen. Dit alles wordt de verdachte zwaar aangerekend, waarbij het totale complex aan strafbare feiten en de onderlinge samenhang daartussen de strafsoort en –maat hebben bepaald.
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
[naam benadeelde]ter zake van de ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.290,66 aan materiële schade en een vergoeding van € 8.000,- aan immateriële schade.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
3 (drie) jaar;
[naam benadeelde], te betalen een bedrag van
€ 2.850,- (zegge: achtentwintighonderdvijftig euro), bestaande uit € 350,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[naam benadeelde]te betalen
€ 2.850,-(hoofdsom,
zegge: achtentwintighonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom
te vervangen door 38 (achtendertig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;