ECLI:NL:RBROT:2020:13131
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering schone lei wegens tekortkomingen in nakoming schuldsaneringsregeling en strafontslag
Schuldenares werd verweten onrechtmatig reiskosten te declareren en vergoedingen te ontvangen die zij op de rekening van haar ouders liet storten om deze te onttrekken aan loonbeslag van schuldeisers. Deze gedragingen zijn onverenigbaar met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling en leidden tot strafontslag, waardoor zij haar baan en inkomstenbron verloor.
De rechtbank stelde vast dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten in haar inspanningsverplichting en haar schuldeisers ernstig heeft benadeeld door het inkomensverlies. Tevens ontstond een voorwaardelijke nieuwe schuld door een WW-uitkering die mogelijk wordt teruggevorderd.
Eerder had het Gerechtshof Den Haag de schuldsaneringsregeling toegewezen, maar de nieuwe feiten tonen aan dat schuldenares niet te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank oordeelt dat de schone lei daarom moet worden geweigerd en stelt het salaris van de bewindvoerder vast.
Uitkomst: De rechtbank weigert de schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen en beëindigt de schuldsaneringsregeling.