Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1]
1..De procedure
- de dagvaarding van 17 juni 2020, met producties 1 tot en met 32;
- het e-mailbericht van [gedaagde 1] namens gedaagden van 16 juni 2020;
- het e-mailbericht van [gedaagde 1] namens gedaagden van 21 juni 2020;
- het e-mailbericht van mr. Zee namens HRIC van 22 juni 2020;
- het e-mailbericht van [gedaagde 1] namens gedaagden van 22 juni 2020;
- de door [gedaagde 1] namens gedaagden op 23 juni 2020 overgelegde producties 1 tot en met 6;
- de wijziging van eis van 23 juni 2020, met producties 33 tot en met 35;
- de pleitnota van mr. Zee;
- de Skype-zitting gehouden op 25 juni 2020.
2..De feiten
‘de waarde gebaseerd op de prijs per eenheid waartegen de ingevoerde goederen of identieke of soortgelijke ingevoerde goederen in het douanegebied van de Unie in de grootste samengevoegde hoeveelheid zijn verkocht aan personen die niet zijn verbonden met de verkopers.’
details.
3..Het geschil
4..De beoordeling
Ten aanzien van de bevoegdheid
980,00
5..De beslissing
- alle aangiften bij de Douane;
- alle betaalbewijzen en afrekeningen van betalingen aan de Douane;
- alle correspondentie van en met de Douane met betrekking tot de containers;
- alle documenten met betrekking tot onderzoeken door de Douane, FIOD, Ministerie van Financiën, Nike of anderen;
- alle documenten met betrekking tot het bezwaar dat [gedaagde 1] heeft gemaakt tegen het besluit van de Douane van 12 december 2019 (waaronder het bezwaarschrift, alle door [gedaagde 1] aan de Douane verstrekte documenten, het besluit op het bezwaar en het bewijs van betaling van het bedrag uit de UTB van € 45.410,28);