Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2, derde gedachtestreepje met betrekking tot [naam persoon 1] en vierde gedachtestreepje, ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 eerste, tweede en derde gedachtestreepje met betrekking tot [naam persoon 2] , 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
4..Waardering van het bewijs
afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf.
"afkomstig is uit enig misdrijf", kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straffen
8..Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 47, 57, 197a, 231 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
- 3 en 10 van de Opiumwet.
9..Bijlagen
10.. Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;
240 (tweehonderdenveertig) uren,waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
230 (tweehonderdendertig) urente verrichten taakstraf resteert;
115 dagen;
geldboete van € 10.000, 00 (tienduizend euro),bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagen hechtenis.